De rol van Centexbel binnen het MICROPLAITE-project is de ontwikkeling van scaffolds op nanoschaal door middel van electrospinning. Bij deze technologie wordt een polymeeroplossing blootgesteld aan een elektrisch hoogspanningsveld om een straal te genereren die wordt uitgerekt tot ultrafijne vezels en op een collector wordt afgezet om een non-woven membraan te vormen.
In een eerste fase werd de productie-installatie verbeterd om de productiecapaciteit te verhogen. Zo werd een nieuw gemotoriseerd XY-systeem geïntegreerd, waarmee membranen tot 30 × 50 cm kunnen worden geproduceerd. Dit systeem maakt het ook mogelijk om de vorm en de grootte van de geproduceerde membranen nauwkeurig te controleren, evenals het traject en de bewegingssnelheid van de naald.
Vervolgens ontwikkelde Centexbel geëlectrospinde membranen op basis van polylactide (PLA) en poly(butyleensuccinaat) (PBS), met of zonder 1, 3 of 5% lignine. Deze polymeren werden in overleg met de projectpartners geselecteerd vanwege hun biocompatibiliteit, biologische afbreekbaarheid en eenvoudige verwerking. De toevoeging van lignine heeft tot doel de membranen antioxiderende en antibacteriële eigenschappen te geven die de celontwikkeling kunnen bevorderen. Het doel is om de optimale eigenschappen van de membranen te bepalen voor de kweek van fibroblasten, adipocyten en myocyten.
Om dit doel te bereiken, werden verschillende membranen geproduceerd door talrijke productieparameters te variëren, zoals de aangelegde spanning, het debiet van de oplossing, de concentraties van polymeer en lignine, het gebruikte oplosmiddel, de grootte van de naald, de afstand tussen naald en collector en het type collector. Dankzij deze aanpak konden membranen met uiteenlopende morfologieën worden verkregen wat betreft vezeldiameter, dichtheid van het vezelnetwerk, poriegrootte en dikte.
Waarnemingen met een rasterelektronenmicroscoop hebben aangetoond dat de toevoeging van lignine noch de morfologie noch de diameter van de vezels beïnvloedde. De verkregen membranen bestonden uit uniforme, rechte vezels zonder grote defecten. Daarnaast heeft het gebruik van een honingraatcollector de vorming aangetoond van zones met verschillende vezeloriëntaties, in tegenstelling tot klassieke vlakke collectors, die willekeurig georiënteerde vezels genereren. Deze structurering zou het gedrag en de organisatie van de cellen kunnen beïnvloeden, een aspect dat in het verdere verloop van het project zal worden onderzocht.